FAQ KLEINE STATUTEN

Heeft u een vraag over...

Algemene vragen

Wat is een klein statuut ? Voldoet de opleiding die ik volg aan de definitie van een klein statuut?

Met de term “kleine statuten" verwijzen we naar personen die werk verrichten in het kader van een opleiding voor betaald werk. Of de stage zelf al dan niet bezoldigd is, is niet van belang. De stage moet een onderdeel vormen van een praktijkopleiding op de werkplek, buiten de onderwijsinstelling  of het beroepsopleidingscentrum (eventueel in combinatie met theoretische lessen). Het gaat om opleidingen die worden georganiseerd binnen een wettelijk kader (met een werk-leercontract).  

Een koninklijk besluit somt de verschillende opleidingen op die reeds erkend zijn en beantwoorden aan de criteria van het kleine statuut. Dit koninklijk besluit wordt regelmatig aangepast naarmate er nieuwe opleidingen bijkomen. Een niet-limitatieve lijst van deze verschillende opleidingen en een overzichtstabel vindt u op de Fedris-website.

Het is van belang de verschillende onderdelen van deze definitie uit de doeken te doen:

1.1. « voor een betaald werk »: De verrichte werkzaamheden moeten deel uitmaken van een al dan niet betaalde opleiding voor betaald werk. Een "vrijwillige" stage, die niet verplicht is als onderdeel van de opleiding, zal dus niet als "klein statuut" worden beschouwd.». 

1.2. « buiten de onderwijsinstelling  of het beroepsopleidingscentrum »: Dit begrip moet vrij ruim worden geïnterpreteerd. De stage kan onder bepaalde voorwaarden ook in de instelling worden uitgevoerd: In de eerste plaats moet de stage plaatsvinden in omstandigheden die vergelijkbaar zijn met die van de werknemers. Ten tweede moet de betrokken instelling in twee hoedanigheden optreden: als verstrekker van de stage en als onderwijzende instelling. Voorbeeld: een student studeert aan de Faculteit Economie van de ULB en loopt stage in de financiële afdeling van de ULB. In dit geval wordt de stageovereenkomst gesloten tussen drie partijen: de onderwijsinstelling als docent, de onderwijsinstelling als stageverlener en de onbezoldigde stagiair. 

1.3. « georganiseerd binnen een wettelijk kader »: De opleiding moet een rechtsgrondslag hebben. Bijvoorbeeld: de stage eerste beroepservaring die door Actiris wordt georganiseerd, vindt zijn grondslag in de regelgeving van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 10 maart 2016. 

Als een organisatie een stage voorziet, maar er is geen rechtsgrondslag voor, dan wordt deze stage niet beschouwd als een "klein statuut". Bijvoorbeeld: een particulier instituut organiseert opleidingen tot schoonheidsspecialiste met een stage. Aangezien deze particuliere opleidingen worden georganiseerd zonder federale of gefedereerde rechtsgrondslag, zullen de in dit kader georganiseerde stages niet worden beschouwd als een "klein statuut". De door de particuliere opleidingsstructuur en de onderneming gesloten praktijkopleidingsovereenkomst heeft, ook al is zij in overeenstemming met de regels van het burgerlijk recht, geen geldig wettelijk kader.

De opleiding die ik volg, komt in aanmerking voor een « klein statuut ».  Wat zijn mijn voordelen?

Zodra een opleiding in aanmerking komt voor de "kleine statuten"-regeling, levert dat verschillende voordelen op.

De Arbeidsongevallenwet voor de privésector van 10 april 1971 of de Wet op de arbeidsongevallen voor de publieke sector van 3 juli 1967 zijn dan van toepassing.

Deze wetten dekken en vergoeden schade als gevolg van een ongeval op het werk en op weg naar en van het werk.

De kleine statuten worden ingedeeld in 2 categorieën naar gelang van de specifieke kenmerken van de verschillende opleidingen. Elk van deze categorieën heeft zijn eigen meer of minder uitgebreide dekking. We spreken van F1- of F2-dekking.

De dekking F1, de meest uitgebreide, is in beginsel van toepassing op opleidingen van het type "leerling".

  • Ongevallen die zich voordoen op de school of het opleidingsinstelling, alsook op weg naar en van de school of het opleidingsinstelling vallen onder de verzekering;
  • Kosten van de geneeskundige verzorging wordt vergoed overeenkomstig de Arbeidsongevallenwet;
  • Het basisloon dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de vergoeding wegens tijdelijke arbeidsongeschiktheid  is gelijk aan 12 x het gewaardborgd gemiddelde minimummaandinkomen of, voor minderjarigen, het bedrag van het minimum basisloonplafond zolang de getroffene minderjarig is en de vorming niet is voltooid;
  • Het basisloon dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de vergoeding wegens blijvende arbeidsongeschiktheid of dodelijk arbeidsongeval is gelijk aan 18x het gewaarbordg minimum maandinkomen.

Er is een specifieke, beperktere dekking voor sommige andere soorten opleidingen, de F2-dekking:

  • De verzekeringsdekking is beperkt tot de praktijkwerkzaamheden in de onderneming en de trajecten van de verblijfplaats naar de onderneming en omgekeerd en het traject van de onderneming naar de school of opleidingsinstelling;
  • De terugbetaling van geneeskundige verzorging is beperkt tot het remgeld, d.w.z. wat niet door de ziekenfondsverzekering wordt gedekt;
  • Er is geen vergoeding voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid verschuldigd;
  • Het basisloon dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de vergoeding voor blijvende arbeidsongeschiktheid of voor een dodelijk arbeidsongeval is gelijk aan 12 x het gewaarborgd gemiddelde minimum maandinkomen.

Om te weten welke dekking u kunt krijgen, is het belangrijk om aan de hand van de lijst van de verschillende opleidingen na te gaan of de opleiding die u volgt in categorie F1 of F2 valt (zie de rubriek "dekking en vergoeding").

De opleiding die ik volg staat niet in de lijst, kan deze nog in aanmerking komen als "kleine statuut"?

Als de opleiding voldoet aan alle elementen van de definitie van "klein statuut" (zie vraag 1: "Wat is een klein statuut?"), wordt deze beschouwd als zijnde een klein statuut. Deze opleiding valt dan automatisch in de F1-categorie, d.w.z. met de meest uitgebreide dekking. De persoon die in deze hypothese als werkgever in de zin van de arbeidsongevallenwet wordt beschouwd, is steeds de onderneming waar de opleiding plaatsvindt (zie onderstaande vraag "Wat is een werkgever in de zin van de arbeidsongevallenwet?") en dit zolang de opleiding niet is opgenomen in de lijst die op de website van Fedris is gepubliceerd. Om in deze lijst te worden opgenomen, moet deze opleiding in een koninklijk besluit worden vermeld. Zodra dit het geval is, zal de persoon die als werkgever wordt beschouwd ofwel de onderneming zijn waar de stage plaatsvindt ofwel de exploitant van de opleiding.

Wat is een werkgever "kleine statuten" in de zin van de arbeidsongevallenwetgeving? 

In het algemeen zijn alle werknemers in België gedekt tegen het risico van arbeidsongevallen omdat hun werkgever voor hen een verzekering heeft afgesloten. Dit is een wettelijke verplichting voor werkgevers.

Maar in het geval van een opleiding waarbij geen arbeidsovereenkomst wordt gesloten, wie is dan de werkgever?

Indien de opleiding reeds is opgenomen in de lijst van kleine statuten, wordt bij koninklijk besluit bepaald wie als werkgever wordt beschouwd, d.w.z. wie een verzekering tegen arbeidsongevallen moet afsluiten en de stagiair bij de RSZ moet aanmelden.

Deze persoon kan ofwel de werkgever zijn bij wie de stage wordt uitgevoerd ofwel de instantie die de stage organiseert (onderwijsinstelling of opleidingsorganisatie).

Zolang de opleiding niet in deze lijst is opgenomen en aan alle wettelijke voorwaarden voor de kleine status voldoet, wordt de onderneming waar de opleiding plaatsvindt als werkgever beschouwd (zie vraag: De opleiding die ik volg staat niet in de lijst, kan deze nog in aanmerking komen als "kleine statuut"? ).

In de overzichtstabel van de arbeids- en opleidingsovereenkomsten kunt u zien wie als werkgever wordt beschouwd naar gelang van het soort opleiding.

Wat zijn de verplichtingen van degene die als werkgever wordt beschouwd? 

Deze persoon moet een verzekering tegen arbeidsongevallen afsluiten bij een voor de sector arbeidsongevallen erkende verzekeringsmaatschappij.

en

deze persoon moet de betrokken stagiair vóór het begin van de stage bij de RSZ aanmelden door middel van een verrijkte Dimona (onmiddellijke aangifte). Het type van Dimona is ofwel :

  • IVT voor individuele beroepsopleiding in bedrijven,
  • TRI voor instapstages
  • of STG: de resterende categorie leerovereenkomsten die niet onder de RSZ vallen

Meer informatie hierover vindt u op de website socialsecurity.be

 

Specifieke categorieën van stages

Stages als onderdeel van een schoolopleiding - stages in België

 

1. Als een Belg in het kader van zijn schoolopleiding een verplichte stage in een Belgisch bedrijf loopt, wie moet zich dan verzekeren tegen arbeidsongevallen en de Dimona invullen?

Schoolstagiairs die in het kader van hun opleiding een verplichte en onbezoldigde stage in een bedrijf lopen, moeten overeenkomstig de wet van 10 april 1971 verzekerd zijn tegen arbeidsongevallen door degene die als werkgever wordt beschouwd, dat wil zeggen de onderwijsinstelling of de organiserende instantie.

De persoon die als werkgever wordt beschouwd, is verantwoordelijk voor de Dimona-aangiften in het kader van de STG-code en de compensatiedekking is categorie F2.

Bijvoorbeeld: een Belgische student studeert management aan de ULB en loopt 6 maanden stage in een Belgisch bedrijf. Deze stage maakt deel uit van zijn 3e jaars studieprogramma. De ULB zal voor deze stagiair een arbeidsongevallenverzekering moeten afsluiten en een STG van de categorie Dimona moeten invullen.

In punt 4.1. van de overzichtstabel van de arbeids- en opleidingsovereenkomsten wordt verwezen naar onbezoldigde stagiairs.

2. We nemen het voorbeeld van een Belgische student in een hogeschool die in zijn tweede jaar zit om leraar te worden. Hij loopt stage in een basisschool in België. Het is een gemengde stage, d.w.z. een deel observatie en een deel werk. Wordt deze stage beschouwd als een "kleine statuut"?

Aangezien de student naast het observatiegedeelte werkzaamheden verricht die vergelijkbaar zijn met die van een werknemer, wordt de stage beschouwd als "kleine statuut". Als het een stage betreft die alleen uit observatie bestaat, wordt de stage niet als "kleine statuut" beschouwd omdat er geen werk wordt verricht.

3. Als een Belgische student een opleiding tot schoonheidsspecialist volgt in een privéschool. Wordt deze opleiding dan beschouwd als een "kleine statuut"?

Aangezien deze particuliere opleidingen wordt georganiseerd zonder federale of gefedereerde rechtsgrondslag, zal de opelding niet worden beschouwd als een "klein statuut". De door de particuliere onderwijsstructuur en de onderneming gesloten praktijkopleidingsovereenkomst vormt, ook al voldoet deze aan de regels van het burgerlijk recht, geen geldig wettelijk kader. Het is belangrijk dat de schoolstage wordt georganiseerd door een officiële school met een geldig wettelijk kader.

Stages als onderdeel van een schoolopleiding - grensoverschrijdende stages

Bij grensoverschrijdende stages gelden verschillende regels, afhankelijk van waar de stage plaatsvindt.

Ofwel vindt de stage plaats in een lidstaat van de Europese Unie, ofwel vindt de stage plaats in een land waarmee België gebonden is door een socialezekerheidsovereenkomst, ofwel vindt de stage plaats in een derde land. De regels kunnen verschillen afhankelijk van de locatie.

1. Ik ben Belg en loop in het kader van mijn schoolopleiding een verplichte stage in een bedrijf in een andere EU-lidstaat. Ben ik gedekt tegen arbeidsongevallen alsof ik in België stage loop?

Als algemene regel geldt dat een Belgische stagiair die in het kader van zijn opleiding aan een Belgische onderwijsinstelling stage loopt in een andere EU-lidstaat, door die onderwijsinstelling moet worden "gedetacheerd".

Wat is detachering? Dit is een garantie waardoor de stagiair die zijn stage in een andere dan zijn eigen staat loopt, de sociale zekerheid van zijn thuisstaat kan behouden, in dit geval de dekking tegen arbeidsongevallen volgens de Belgische regels.

Hoe detacheer je een stagiair? De onderwijsinstelling moet de RSZ op de hoogte brengen van de detacheringssituatie en een A1-verklaring aanvragen via de portaalsite van de RSZ.

Als aan de basisvoorwaarden voor detachering is voldaan, geeft de bevoegde socialezekerheidsinstelling - in België de RSZ - het attest A1 "toepasselijke wetgeving" af, dat het bewijs levert dat de betrokken stagiair nog steeds onder zijn gebruikelijke socialezekerheidsstelsel in België valt.

Voorbeeld: een student sociale wetenschappen aan de ULB wordt door de ULB voor 3 maanden gedetacheerd om stage te lopen in een bedrijf in Italië. De Belgische student zal daarom worden gedetacheerd. De Belgische wetgeving is van toepassing en de student behoudt de Belgische sociale zekerheid. De ULB moet een arbeidsongevallenverzekering afsluiten en een Dimona-verklaring invullen. De ULB moet zijn verzekeraar ook het "A1"-attest overhandigen om de detachering te bewijzen.

Een overzichtstabel van grensoverschrijdende stages voor onbetaalde stagiairs die werk verrichten in het kader van hun academische opleiding is beschikbaar op de Fedris-website.

2. Ik ben een student uit een andere EU-lidstaat, die door mijn school is uitgezonden om stage te lopen in een Belgisch bedrijf. Ben ik volgens de Belgische regels gedekt tegen arbeidsongevallen?

Ofwel wordt de buitenlandse student gedetacheerd door zijn/haar land van herkomst.

Wat is detachering? Het is een garantie waardoor de stagiair die zijn stage in een ander dan zijn eigen land loopt, de sociale zekerheid van zijn land van herkomst kan behouden.

Hoe detacheer je een stagiair? De buitenlandse onderwijsinstelling moet bij de bevoegde socialezekerheidsinstantie van haar land een A1-verklaring "toepasselijke wetgeving" aanvragen.

Als de student het A1-bewijs aan het Belgische bedrijf kan overleggen, blijft de wetgeving van het land van vertrek van toepassing. De dekking tegen arbeidsongevallen die zich tijdens de stage in België voordoen, is die van de in het land van vertrek geldende regeling.

Bijvoorbeeld: een Italiaanse student wordt door zijn universiteit voor 3 maanden gedetacheerd om stage te lopen in een Belgisch bedrijf. De Italiaanse student zal daarom worden gedetacheerd. De Italiaanse wetgeving is van toepassing en de student behoudt de Italiaanse sociale zekerheid. De Italiaanse student moet voor het begin van de stage het attest "A1" aan de Belgische onderneming overleggen om de detachering te bewijzen.

Let op: de regels inzake detachering en dus de wetgeving van het land van herkomst kunnen alleen worden toegepast als de stage wordt gelijkgesteld met een activiteit als werknemer in dat land en aan de voorwaarden voor detachering wordt voldaan.

Indien de detachering niet mogelijk is, zijn de Belgische regels van toepassing. De buitenlandse onderwijsinstelling moet een arbeidsongevallenverzekering afsluiten bij een in België erkende verzekeringsmaatschappij en een Dimona indienen bij de RSZ. De onderneming in België kan de stage alleen toestaan met een bewijs van arbeidsongevallenverzekering van de buitenlandse onderwijsinstelling.