Frequentie- en ernstgraden


Handleiding

Een praktische handleiding om de frequentie- en ernstgraden te berekenen (bv. van uw onderneming) vindt u op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg in de "Verklarende nota bij formulieren A, B en C".

Definities

De frequentiegraad is de verhouding van het totale aantal ongevallen (op de arbeidsplaats) met de dood of een volledige ongeschiktheid van ten minste een dag tot gevolg, de dag van het ongeval niet meegerekend, tot het aantal uren blootstelling aan het risico, vermenigvuldigd met 1 000 000 (om een werkbaar cijfer te krijgen).

Het aantal uren blootstelling aan het risico wordt berekend aan de hand van het aantal gewerkte dagen op jaarbasis dat wordt vastgesteld door de RSZ op basis van de DmfA van de werkgevers. Dat aantal werkdagen, omgezet in voltijdse equivalenten (VTE), wordt vermenigvuldigd met 7,6 (aantal werkuren per dag) en met 229 (aantal werkdagen per jaar).

De werkelijke ernstgraad is de verhouding van het aantal werkelijk verloren kalenderdagen ingevolge arbeidsongevallen (op de arbeidsplaats), tot het aantal uren blootstelling aan het risico, vermenigvuldigd met 1 000.

De globale ernstgraad is de verhouding van het aantal werkelijk verloren kalenderdagen, vermeerderd met het aantal dagen forfaitaire ongeschiktheid, tot het aantal uren blootstelling aan het risico, vermenigvuldigd met 1 000. Het aantal dagen forfaitaire ongeschiktheid is de som van het aantal forfaitaire dagen per graad van voorziene blijvende ongeschiktheid en per dodelijk ongeval. Per graad van voorziene blijvende ongeschiktheid wordt een forfait van 75 dagen toegepast, per dodelijk ongeval een forfait van 7 500 dagen. Die forfaits zijn, net als de berekeningswijze van de frequentie- en ernstgraden, vastgelegd in de Codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017.

Tabellen

Onderstaande tabellen bevatten de frequentiegraden, werkelijke ernstgraden en globale ernstgraden van de ongevallen volgens economische activiteitssector. Die wordt aangeduid met de NACEBEL-code. De economische activiteitssectoren die minder dan 500 000 uren blootstelling aan het risico tellen (hetzij 250 voltijdse equivalenten) worden niet in rekening gebracht. Die sectoren zijn te klein om de resultaten ervan als significant te kunnen beschouwen.

 

Frequentie- en ernstgraden 2017 (pdf - 2,00 MB)

 

Opmerking: de pdf-bestanden op deze pagina kunnen niet optimaal met een screenreader worden gelezen. U kunt mailen naar statsatfedris.be indien u meer informatie wenst.